“Het is dinsdagmiddag 17.00 uur. Ik ben net thuis van mijn dienst in De Haven en ik zit aan de keukentafel met mijn zoon van 10 jaar als de telefoon gaat. Het is mijn collega teamleider José. “Wil je terugkomen naar De Haven?”, vraagt ze. “We moeten ons voorbereiden op het afnemen van een groot aantal testen, want de cliënt die gisteren is overleden had een positieve PCR-test.” Snel bel ik mijn man dat hij voor het eten moet zorgen, zodat ik terug kan naar De Haven.
Als ik terug ben, wordt duidelijk dat we alle medewerkers en cliënten van de betreffende kleinschalige woongroep preventief gaan testen. We brengen persoonlijk beschermingsmateriaal naar de afdeling, doorlopen een actielijst en maken contact met de medewerkers. We bellen de eerste contactpersonen en leggen uit wat we van plan zijn en wat de procedure is. Vervolgens vullen we testformulieren in en voorzien de testbuisjes van etiketten. Nog diezelfde avond worden alle cliënten getest door de verpleegkundige van dienst. De volgende ochtend melden alle medewerkers zich bij de testlocatie van De Haven.
De uitslag van de testen volgt in de loop van woensdag. Helaas blijken drie cliënten en één medewerker van de kleinschalige woongroep positief. Nadat we de familie hebben gebeld, verhuizen we de cliënten naar de cohortafdeling. Zo scheiden we de zieke cliënten van de niet-zieke cliënten en hopen we dat de zieke cliënten geen anderen meer besmetten.
Een paar dagen later begint een cliënt van een andere kleinschalige woongroep te niezen, ook deze cliënt moet worden getest. Ik vrees de uitslag, deze cliënt heeft veel contact met zijn mede-cliënten, een positieve uitslag heeft ongetwijfeld grote gevolgen. Aan het einde van de middag krijgen we inderdaad het slechte nieuws dat de PCR-test positief is. Met behulp van familie verhuizen we de cliënten naar de cohortafdeling. Opnieuw pakken we de actielijst erbij. We gaan weer mede-cliënten en medewerkers testen en we herhalen onze werkzaamheden van dinsdagavond.
De uitslagen volgen en die zijn niet best. Zeker zes van de acht cliënten op deze kleinschalige woongroep zijn positief. Verschrikkelijk voor alle betrokkenen. Omdat er elders in De Haven ook besmettingen zijn vastgesteld en de cohortafdeling niet voldoende ruimte biedt voor al deze cliënten, wordt overleg gevoerd met de specialist ouderengeneeskunde, leden van het managementteam en het crisisteam.
We moeten bedenken hoe en waar we negatieve en positieve cliënten kunnen scheiden. Wat een dilemma’s brengt dit met zich mee. Wat is het beste voor de cliënten?
Na een tijdje sparren, schrijven en tellen besluiten we dat wanneer op een kleinschalige woongroep meer dan de helft van de cliënten is besmet, de positief geteste cliënten het ‘winnen’ van de negatief geteste cliënten. Dat heeft als groot voordeel dat de zieke cliënten met dementie op hun eigen vertrouwde afdeling kunnen blijven. Voor de negatief geteste cliënten wordt in overleg met de familie besproken of zij op de afdeling blijven of dat zij tijdelijk verhuizen naar een plek waar zij niet in aanraking komen met besmette cliënten. Dit kan doordat er sinds het overlijden van een aantal cliënten nog kamers leegstaan. Families reageren gelukkig heel begripvol.
Omdat een flink aantal medewerkers ook besmet blijkt, betekent dit dat er door collega’s extra gewerkt moet worden. Alle medewerkers worden geconfronteerd met een situatie die zo ver af staat van hoe het er normaal aan toe gaat in De Haven. Daarom beleggen we een online teambijeenkomst met de psycholoog. Hier wordt dankbaar gebruik van gemaakt. Er wordt gehuild, geluisterd en gepraat.
Tijdens zo’n teambijeenkomst geeft een medewerker aan dat ze het niet over haar hart kan verkrijgen om cliënten met enorme ‘huidhonger’ niet te knuffelen, ook al moet ze eigenlijk afstand bewaren. Dat is zo lastig voor mensen met dementie. Ze heeft daarom zelf besloten om ze die liefde wel te geven. Dat ze later zelf ziek wordt zal niet verbazen.
In de laatste week van december voel ik de vermoeidheid toenemen. Ik heb op de achtergrond ook steeds een lichte hoofdpijn, logisch denk ik door alles wat er in De Haven aan de hand is. Dan krijgt mijn man een positieve uitslag na een sneltest in Baarn. Ik bedenk dat lichte klachten ook kunnen betekenen dat ik corona heb. Op 31 december krijg ik ook een positieve uitslag. De dagen daarna neemt de vermoeidheid toe en mijn collega teamleiders nemen mijn werk over. Na een paar dagen rust voel ik mij weer goed en kan ik weer vanuit huis werken.
Dit is slechts een schets van de realiteit waarin wij hebben geleefd in december. Als ik het terug wil halen in mijn gedachten moet ik goed nadenken over wat we wanneer hebben gedaan en hoe het ook alweer zat. Het was een groot zwart scenario waarin wij hebben geleefd en gewerkt. Zoveel ziekte, zoveel overlijdens. Ik leef mee met families en bid dat ze troost mogen ervaren van God de Vader. Het staat in Zijn woord: Ik, Ik ben het die jullie troost. Jes. 51:12.
De bereidheid van medewerkers tijdens deze crisis is enorm groot. Ik heb me verbaasd over de veerkracht van mensen. Wat ben ik ze dankbaar. Ook de helpende handen uit het dorp, dank jullie wel! We hebben ons hier samen doorheen geslagen.
Nu de eerste vaccinaties zijn gezet heb ik hoop en vertrouwen op gezondheid en veiligheid voor de cliënten en medewerkers. Een normaler leven is in zicht. Houd vol!”